MEERJARENBELEIDSPLAN
2009 - 2012
ALGEMENE INFORMATIE
Doelstelling
De doelstelling van de Vrije Academie Werkplaats voor Beeldende
Kunsten is plaats bieden aan productie, ontwikkeling, reflectie
en presentatie van beeldende kunst. Het accent ligt daarbij op het
leggen van dwarsverbanden met actuele processen in de (mondiale)
samenleving. Daartoe richt de academie zich op onderzoek naar hedendaagse
ontwikkelingen in de beeldende kunst en op het zicht- en bespreekbaar
maken van mogelijke relaties met politieke en sociaal-culturele
issues. Multiculturaliteit en de ontmoeting van westerse en niet-westerse
kunst(enaars) hebben hierin bijzondere aandacht.
Het perspectief van waaruit de academie dit streven wil waarmaken,
blijft immer dat van de beeldende kunst met inbegrip van haar eigen
tradities en intrinsieke waarden. De academie wil in de eerste plaats
een werkplaatsencomplex zijn waar kunst wordt ontwikkeld, gemaakt
en gepresenteerd, en waar vooral plaats is ingeruimd voor (zelf)kritisch
onderzoek naar de positie van de beeldende kunst in een globaliserende
samenleving. Daartoe wil het instituut getalenteerde, gemotiveerde
kunstbeoefenaars, met of zonder kunstopleiding ruimte bieden zich
verder te ontwikkelen. In deze doelstelling past ook het aantrekken
van gerenommeerde kunstenaars uit binnen- en buitenland, die gevraagd
worden om als artist-in-residence hun kennis, inzichten en vaardigheden
in dienst te stellen van didactische overdracht.
Naar buiten toe gericht wil de academie het publiek een podium bieden
dat landelijk aandacht trekt, en in stedelijke context haar beleid
afstemmen op de internationaliserende infrastructuur van Den Haag.
Niet alleen vanwege haar betekenis als regeringsstad met haar Internationaal
Gerechtshof, haar vele ambassades en expats, maar ook vanwege de
vele uit verschillende culturen afkomstige bewoners die de stad
in de afgelopen decennia zijn komen bevolken.
Een belangrijk instrument in deze ambitie vormt het samenwerkingsverband
dat de academie recentelijk is aangegaan met het Gemeentemuseum
Den Haag: Gemak, het nieuwe centrum voor kunst, maatschappij en
politiek, dat is gehuisvest op de begane grond van het academiegebouw
aan de Paviljoensgracht. Een plek waar door middel van tentoonstellingen,
lezingen en debatten verbindingen worden gelegd tussen kunst, politiek
en samenleving.
Functies in het culturele veld
De werkplaatsfunctie
De academie functioneert in de eerste plaats als aanbieder van individuele
en collectieve werkplaatsen. Door middel van vakinhoudelijke en
technische begeleiding stelt zij de deelnemers in staat om hun artistieke
vermogens te ontwikkelen en zich verder te oriënteren op de
professionele kunstpraktijk. Daartoe beschikt de instelling over
goed geoutilleerde werkplaatsen met professionele technische ondersteuning.
Een klein team van professionele kunstenaars draagt zorg voor de
artistiek-inhoudelijke begeleiding van de deelnemers.
Een verruiming van de werkplaatsfunctie is het in najaar 2007 gestarte
initiatief genaamd DNA (De Nieuwe Academie). Met dit initiatief
wil de academie zich richten op een nieuwe categorie deelnemers.
Zich positionerend tussen het kunstonderwijs en het werkveld ambieert
de Vrije Academie een nieuwe werkplaatsfunctie die vergeleken kan
worden met postgraduate instellingen als de Rijksakademie en De
Ateliers. Als onafhankelijk instituut biedt zij recent afgestudeerde
kunstenaars en bijzonder getalenteerden zonder kunstopleiding individuele
ateliers aan en organiseert zij voor deze doelgroep een specifiek
begeleidingsprogramma. Om de zes weken worden gerenommeerde kunstenaars,
kunstbeschouwers en curatoren uit binnen- en buitenland uitgenodigd
om naast de individuele begeleiding van de jonge kunstenaars onderzoeksactiviteiten
te ontwikkelen, bijvoorbeeld uitmondend in lezingen, groepsgesprekken,
presentaties en excursies. Onderliggende doelstelling van DNA is
het creëren van een ideaal werkklimaat waarin de deelnemende
kunstbeoefenaars zich op professioneel niveau verder kunnen ontwikkelen,
en waarin op ongedwongen wijze contact kan worden gemaakt met spraakmakende
personen en instellingen uit de kunstwereld. Dit alles om een vloeiende
oriëntatie op de professionele kunstpraktijk te stimuleren.
Een tweede verruiming van de werkplaatsfunctie is de samenwerking
met World Wide Visual Factory
(voorheen World Wide Video Festival) die is ingezet om de nieuwe
media een volwaardige plaats te geven in de werkpraktijk van de
VA. Video en digitale media zijn niet meer weg te denken uit de
hedendaagse kunst. Door de samenwerking met WWVF beschikt de academie
over artistiek-inhoudelijke en vaktechnische expertise, naast een
internationaal netwerk van vermaarde videokunstenaars. De grote
belangstelling vanuit het werkveld voor de nieuwe media is aanleiding
geweest om de functie van de werkplaatsen voor film en video te
herdefiniëren en uit te breiden tot productieruimten voor de
toepassing van installaties en performances. Onderdeel van de herdefinitie
is het opzetten en organiseren van masterclasses en workshops op
het gebied van de mediakunst. Een bijzonder initiatief, in samenwerking
met WWVF tot stand gebracht, is Panorama Studio 1. Een 360 graden
panoramische projectieruimte waarvoor internationale kunstenaars
worden uitgenodigd speciale producties te maken, die op bepaalde
presentatiemomenten en op verzoek worden vertoond. Met deze panoramische
videopresentatievorm wordt op een eigentijdse wijze aansluiting
gezocht met Den Haag als panoramastad. (het voormalige Sijthoff-Planetarium,
Panorama Mesdag, de IMAX-koepelprojecties in het Omniversum en het
'Hemelse Gewelf' van de Amerikaanse lichtkunstenaar James Turrell
in de Haagse Puinduinen)
Tot slot omvat de werkplaatsfunctie het bieden van werkruimten
aan artists-in-residence. De VA heeft de afgelopen jaren een traditie
opgebouwd in het uitnodigen van kunstenaars die gedurende bepaalde
tijd op de academie komen werken. Kunstenaars uit binnen- en buitenland,
en in het laatste geval veel kunstenaars uit niet-westerse landen,
zoals bijvoorbeeld China, Japan, Marokko, Kongo, Kenia, Brazilië
en het Midden-Oosten. Aan de kunstenaars wordt gevraagd om workshops
en lezingen te verzorgen voor de deelnemers en het geïnteresseerde
publiek van buiten de academie. In veel gevallen wordt hun artist-in-residenceship
begeleid door of afgesloten met een tentoonstelling.
Het nieuwe samenwerkingsverband met het Gemeentemuseum Den Haag
heeft een verruiming van het artist-in-residence-beleid tot gevolg.
Kunstenaars die deel uit maken van tentoonstellingen in Gemak worden
uitgenodigd om tijdens de duur van de expositie als artist-in-residence
op de academie te werken. Tijdens deze werkperiode geven zij workshops
en lezingen die betrekking hebben op de thema's van de respectievelijke
tentoonstellingen. Indien van toepassing en realiseerbaar is het
streven om daarbij de openbare ruimte in Den Haag als 'uitbreiding'
van de gastateliers te betrekken.
De tentoonstellingsfunctie
De VA beschikte de afgelopen jaren over een representatieve tentoonstellingsruimte.
De exposities die hier zijn gehouden volgden voor een groot deel
de actuele ontwikkelingen in de beeldende kunst. Landelijk bekende
kunstenaars werden uitgenodigd voor solo- en groepstentoonstellingen
die voor eenieder vrij toegankelijk waren. Slechts een klein deel
van het tentoonstellingsprogramma werd gereserveerd voor presentaties
van werk van deelnemers. Met haar tentoonstellingsprogramma wilde
en wil de academie het publieksbereik van haar instelling vergroten
en verbreden. Daar is zij in de laatste drie jaar ook in geslaagd.
Velen, die tot dan toe het instituut niet kenden, zijn inmiddels
geregelde bezoekers geworden van de exposities. Ook studenten van
de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten hebben de weg gevonden
naar de tentoonstellingen van de academie. Met de komst van de groots
verbouwde expositieruimte van Gemak in 2007 is het publieksbereik
nog groter en diverser geworden. In hechte samenwerking met het
Gemeentemuseum brengt de academie in Gemak tentoonstellingen tot
stand waarin relaties worden onderzocht en getoond tussen kunst,
maatschappij en politiek. Incidenteel, en meestal in de belendende
multifunctionele ruimte worden er ook presentaties gewijd aan het
werk van deelnemers van de VA.
De algemeen vormende functie
De algemeen vormende functie van de VA omvat in het kort de volgende
praktijken: In samenwerking met Gemak worden maandelijks lezingen
en debatten georganiseerd waarin de verbinding van kunst, politiek
en samenleving centraal staat. Daarnaast vinden er openbare lezingen
en gesprekken plaats die betrekking hebben op actuele ontwikkelingen
in de kunst. In dit kader worden vanuit DNA ook voor iedereen toegankelijke
bijeenkomsten georganiseerd. De Studium Generale programmering is
toegespitst op het organiseren van lezingen en debatten waarin de
relatie van kunst met andere disciplines, zoals wetenschap, literatuur
en filosofie, wordt onderzocht,. Daarnaast vindt kennisoverdracht
plaats in de diverse cursussen en workshops in het reguliere programma
van de VA.
Cultuurinhoudelijke en maatschappelijke functie
De VA wil over de grenzen van de beeldende kunst heen dwarsverbanden
leggen met actuele ontwikkelingen in cultuur, politiek, wetenschap
en samenleving. De mondiale ontwikkeling van de beeldende kunst
blijft daarbij de inhoudelijke referentie. Maar in het bijzonder
wil de VA niet alleen de autonome ontwikkeling van de kunst volgen,
maar vooral haar positie in een zich sterk veranderende samenleving
onderzoeken. De VA zoekt daarbij naar een werkbare herdefiniëring
van begrippen als betrokkenheid en engagement. Met deze zichzelf
gestelde opdracht wil de VA ook samenwerking zoeken met instellingen
in het stedelijke culturele netwerk. In korte tijd heeft Gemak een
stroom aan landelijke publiciteit gegenereerd, hetgeen tot hoge
bezoekersaantallen heeft geleid. Met Kosmopolis Den Haag worden
in samenwerking met Stroom, Heden, Quartair en Galerie Maurits van
der Laar mogelijkheden van internationale culturele uitwisselingen
onderzocht. In 2007 is voor het eerst samengewerkt met het festival
Winternachten. Eén van de gasten van het festival, de Marokkaanse
schrijver/kunstenaar Youssouf Amine Elalamy, heeft als artist-in-residence
op de VA gewerkt en geëxposeerd. Dit samenwerkingsverband heeft
er mede toe bijgedragen dat Youssouf Amine Elalamy in de zomer van
2008 een grote opdracht realiseert voor de stad Rotterdam. Het contact
met de KABK is verstevigd. Studenten van de KABK kunnen extra punten
krijgen bij het bezoek aan het Studium Generale en de tentoonstellingen
en nemen deel aan workshops van de VA. Een gloednieuwe samenwerking
is gevonden met toneelgroep De Appel. In het kader van de marathonvoorstelling
Odysseus zal de VA met De Appel een aantal kunstprojecten organiseren.
Vanuit DNA is samenwerking tot stand gebracht met vzw WARP uit Sint-Niklaas
in België, een nieuw kunstinitiatief dat zich toelegt op het
organiseren van internationale tentoonstellingen en lezingenprogramma's.
Recentelijk is er samenwerking tot stand gebracht met het ISS (Institute
of Social Studies) dat samen met de VA culturele projecten voor
zijn studenten zal organiseren. Doel van het eerste project is deze
buitenlandse studenten, via kunst en cultuur, vertrouwd te maken
met de Nederlandse cultuur en in het bijzonder met de geschiedenis
en de actualiteit van Den Haag.
Reguliere activiteiten
De VA biedt aan ongeveer 100 deelnemers ruimte om aan hun artistieke
ontwikkeling te werken. Een groot aantal van hen maakt gebruik van
de collectieve werkruimtes en wordt individueel begeleid. Gedurende
het hele jaar worden workshops aangeboden op het gebied van diverse
beeldende disciplines, naast theoretische cursussen op het terrein
van o.a. kunstgeschiedenis en filosofie. Daarnaast heeft de VA vanaf
september 2007 een specifiek programma ontwikkeld voor academieverlaters
en uitzonderlijk getalenteerde kunstbeoefenaars zonder vooropleiding
(DNA). Op het ogenblik hebben zich vier kunstenaars ingeschreven
die allen beschikken over een eigen atelier in het academiegebouw.
Via een roulerend systeem van gastdocenten krijgen zij individuele
begeleiding. De belangstelling voor dit initiatief is groeiende.
Er wordt gezocht naar uitbreiding van de individuele ateliers. In
samenwerking met World Wide Visual Factory worden masterclasses
mediakunst georganiseerd en worden internationale kunstenaars uitgenodigd
om specifieke videoproducties te maken voor het 360 graden projectiescherm.
De VA organiseert regelmatig Studium Generale programma's bestaande
uit lezingen, debatten, tentoonstellingen en filmvertoningen. Deze
thematische programma's zijn voor iedereen gratis toegankelijk en
worden goed bezocht. Voorts verleent de VA artistiek asiel aan kunstenaars
die hun land om politieke redenen hebben moeten ontvluchten. Kunstenaars
met een andere manier van kunst maken. Niet alleen vanwege hun culturele
achtergrond, maar ook door de functie die kunst had/heeft in hun
landen van herkomst.
In het najaar 2007 is samenwerking aangegaan met het Gemeentemuseum
Den Haag in de vorm van Gemak, het nieuwe expositie- en debatcentrum
voor kunst, maatschappij en politiek. Daartoe is de begane grond
van de VA ingrijpend verbouwd tot een schitterende tentoonstellingsruimte
waarin westerse en niet-westerse kunst naast elkaar worden getoond.
TERUGBLIK OP EN EVALUATIE
VAN DE PERIODE 2005-HEDEN
Korte voorgeschiedenis
De afgelopen drie jaar heeft de VA, mede ondersteund door Fonds
1818, gewerkt aan een proces van revitalisering. In de periode voorafgaand
aan de revitalisering heeft de VA te maken gehad met een situatie
die impulsen ter vernieuwing in de weg zat. De academie vormde toen
nog te zeer een op zichzelf staand instituut dat weinig op had met
de buitenwereld, en dat steeds meer verwijderd was geraakt van haar
oorspronkelijke doelstelling. De werkplaatsen werden bevolkt door
oudere kunstenaars die er lange tijd verbleven en er gestaag aan
hun eigen werk doorwerkten. Er schreven zich relatief weinig nieuwe
deelnemers in. De sfeer werd door sommige buitenstaanders uit het
werkveld gekarakteriseerd als 'ingedut'. (Zie bijgesloten onderzoek
van Vinken & Van Kampen).
Start en aanpak van de revitalisering
In haar vernieuwingsbeleid richt de VA zich op de volgende kerntaak:
De academie uit haar zelfverkozen isolement halen, en verbindingen
en aanknopingspunten zoeken met de buitenwereld. Allereerst op stedelijk
niveau door contacten aan te gaan met de directe omgeving en met
instellingen op het gebied van onderwijs, kunst en cultuur. Op landelijk
en mondiaal niveau door, met de kunst als beeldend en verbeeldend
instrument, de betrokkenheid met politieke, sociale en culturele
processen in de samenleving tot één van de belangrijkste
richtsnoeren van haar beleid te maken. Zo zijn er bijvoorbeeld projectmatig
verbanden aangegaan met het Van Kinderenmuseum, de Hogeschool InHolland,
Oxfam, de Zuidwalschool en Atelier de Haagsche School.
Geleidelijk aan werd een andere mentaliteit en een nieuwe werkpraktijk
geïntroduceerd. Niet langer werd de l'art pour l'art doelstelling
aangehangen, maar werden over de vertrouwde kunsthorizon heen dwarsverbanden
gelegd met actuele gebeurtenissen in de samenleving, in Nederland
en ver daarbuiten. In 2004 werden de eerste initiatieven genomen
om niet-westerse kunstenaars uit te nodigen om gedurende bepaalde
tijd als artist-in-residence op de VA te komen werken en te exposeren.
Zo werden kunstenaars uit Afrika uitgenodigd, gevolgd door kunstenaars
uit het Midden-Oosten, China, Japan, Marokko, Brazilië en de
nieuwe EU lidstaten. Hen werd de gelegenheid geboden hun artistieke
identiteit in een westerse omgeving uit te dragen en te onderzoeken,
en inzicht te geven in de culturele context waarin hun artistieke
denken en handelen vorm heeft gekregen. Met de komst van deze kunstenaars
werd tevens aandacht geschonken aan de sociale en politieke realiteit
in hun landen van herkomst. Door de artists-in-residence te vragen
lezingen te geven en workshops te verzorgen werden formeel en informeel
contacten tot stand gebracht met westerse kunstenaars en personen
werkzaam in de kunstwereld. Tegelijkertijd werd er maatschappelijke
betrokkenheid gestimuleerd in de respectievelijke werkplaatsen van
de academie. Dit nieuwe beleid heeft tot gevolg gehad dat andere
publieksgroepen hun weg naar de academie vonden.
Vergroten en verbreden publieksbereik
Naast het streven naar verjonging in het deelnemersbestand (zo werden
de toelatingscriteria aangescherpt en meer afgestemd op de belangstelling
en motieven van een jongere generatie deelnemers) werd ook gestreefd
naar een groter, breder publieksbereik. Het was immers een beleidsvoornemen
om de VA open te stellen voor de 'buitenwereld'. Op verschillende
niveaus is gepoogd om aan deze doelstelling tegemoet te komen. Allereerst
door het aanbod van cursussen en workshops meer af te stemmen op
de actualiteit. Ten tweede door regelmatig interessante Studium
Generale programma's op te zetten voor deelnemers en andere belangstellenden.
Voorts door in het tentoonstellingsbeleid het accent minder te leggen
op het werk van de deelnemers, en meer aansluiting te zoeken bij
de landelijke en internationale ontwikkelingen in de actuele kunst.
Door een actievere publicitaire aanpak, onder meer de introductie
van een in het oog springende vormgeving en regelmatige plaatsing
van advertenties in landelijke magazines, is het tentoonstellingsbeleid
van de VA inmiddels landelijk op de kaart gezet.
Met een nieuw Studium Generale concept werden begin 2005 de eerste
vruchten afgeworpen van het revitaliseringsbeleid. De publieksstroom
naar het eerste programma Tracks of Inner Engagement was boven alle
verwachting. In vier sessies hielden gerenommeerde kunstenaars,
wetenschappers en schrijvers lezingen en gingen zij met elkaar in
gesprek. Bij de lezing van de internationaal vermaarde
Belgische kunstenaar Luc Tuymans en het navolgende tweegesprek met
filosoof Ad Verbrugge was de publieke belangstelling overweldigend,
evenals bij de bijeenkomst met natuurwetenschapper Robbert Dijkgraaf
en kunstenaar Pieter Laurens Mol. Ook het project Focus op China
dat in het najaar 2005 in het kader van een groots opgezette landelijke
China-manifestatie plaats vond, trok veel bezoekers. Na een reis
van een VA-delegatie naar China, werd een aantal Chinese kunstenaars
uitgenodigd om op de VA te werken, lezingen te geven en te exposeren.
Bij deze gelegenheid gaf de VA een boek uit dat de geschiedenis
van het moderne China en de hedendaagse kunst in een historische
context plaatst. Aandacht trokken ook de thematische bijeenkomsten
over geweld in een mondiale samenleving van PAIK (Platform Actuele
Interculturele Kunst), een vanuit de VA ontwikkeld initiatief dat
medio 2008 op zal gaan in GEMAK. De conclusie is dat in 2006 en
2007 de vergroting van het publieksbereik bij voortzetting van het
hernieuwde Studium Generale- en tentoonstellingsbeleid is gecontinueerd.
Nieuwe impulsen werkplaatsfunctie
In de periode na 2005 werden ook stappen ondernomen om de hoofdzakelijk
nog op de oude leest gestoelde werkplaatsfunctie van nieuwe impulsen
te voorzien. Een aantal initiatieven zorgde voor een nieuwe dynamiek
in de werkpraktijk van de VA. Allereerst werd m.b.t. het aantrekken
van begeleiders niet alleen maar uit de Haagse kunstenaarspopulatie
geput, maar werd - gelet op competentie en kwaliteit - een beroep
gedaan op kunstenaars uit het hele land. Een effectieve impuls werd
gegeven door een doorlopend project waarbij kunstenaars, op grond
van hun affiniteit met een bepaald deelgebied in de beeldende kunst,
gedurende enkele weken als artist-in-residence op de academie verbleven
om van daaruit hun kennis en vaardigheden aan de deelnemers over
te dragen. De invloed van dit op het 'meester-gezel' principe gebaseerde
initiatief is nog steeds merkbaar in de werkhouding van sommige
deelnemers. Twee andere initiatieven hebben een vernieuwing van
het deelnemersbestand bewerkstelligd. Allereerst de samenwerking
met World Wide Visual Factory. De masterclasses die met het WWVF
werden georganiseerd hebben een nieuwe categorie deelnemers aangetrokken.
Voorts het in september 2007 gestarte initiatief DNA. De jong afgestudeerden
aan landelijke academies en hun speciaal voor dit doel aangetrokken
begeleiders zorgen letterlijk en figuurlijk voor beweging aan de
Paviljoensgracht.
Samenwerking met andere stedelijke instellingen
In de periode 2005 tot heden is met vele instellingen samengewerkt.
De meest in het oog springende samenwerking is die met het Gemeentemuseum
Den Haag, dat onder de naam Gemak opereert. Voordat dit samenwerkingsverband
van start kon gaan, moest de begane grond van het academiegebouw
rigoureus worden verbouwd tot een representatief expositie- en debatcentrum.
Wie op 19 oktober 2007 aanwezig was bij de zeer drukbezochte opening
kan alleen maar beamen dat Den Haag een prachtig centrum voor kunst
en debat rijker is geworden. Het Gemeentemuseum en de VA zullen
gezamenlijk werken aan een programma van exposities, lezingen en
debatten waarin de maatschappelijke contextualisering van kunst
centraal staat en waar in het bijzonder aandacht zal worden besteed
aan verbindingen tussen westerse en niet-westerse kunst. Aan de
eerste tentoonstelling Green Zone / Red Zone over de oorlog in Irak
is in alle landelijke dagbladen uitvoerig aandacht besteed. Het
aanmerkelijk toegenomen tentoonstellingsbezoek en de drukbezochte
debatten bevestigen de goede start van het gloednieuwe samenwerkingsverband.
Conclusie
Het lijkt erop dat de ingezette revitalisering van de VA haar vruchten
begint af te werpen. De VA is uit haar zelfverkozen isolement gekomen
en speelt weer volop een rol in de culturele infrastructuur van
Den Haag. Gestaag wordt het deelnemersbestand verjongd en gediversiveerd.
De werkplaats- en algemeen vormende functie is met het aantrekken
van toonaangevende deskundigen uit de kunstwereld aanmerkelijk geactualiseerd
en geprofessionaliseerd. Met de komst van Gemak is er meer en nieuw
publiek naar de Paviljoensgracht gekomen. Al deze bewegingen geven
aan dat de VA op de goede weg is. Op dit moment bevindt de instelling
zich in een overgangsfase, Omvormingsprocessen gaan niet zonder
slag of stoot. Het enthousiasme, de ambitie en de know how is aanwezig.
Er zullen nog veel hobbels moeten worden genomen. Niet in de laatste
plaats het zoeken naar mogelijkheden om de ingezette lijn te bekostigen.
Als kleine, wankele organisatie met grote ambities gaat de Vrije
Academie die uitdaging met volle overtuiging aan!
PLANNEN EN ACTIVITEITEN VOOR DE PERIODE 2009-2012
Beleidsdoelen
De plannen en activiteiten voor 2009-2012 vloeien voor een belangrijk
deel voort uit het revitaliseringbeleid dat door de VA in de vorige
cultuurperiode is ingezet. In dit beleid worden de volgende doelen
nagestreefd:
a. Het uitdragen van een nieuwe identiteit
b. Het professionaliseren van de werkplaats- en algemeen vormende
functie
c. Het uitvoeren van een nieuw wervings- en toelatingsbeleid
d. Het structureren van de samenwerking met het Gemeentemuseum Den
Haag
e. Het uitbouwen van de publieksfunctie
f. Het uitbreiden van samenwerkingsverbanden in het stedelijk netwerk
Het uitdragen van een nieuwe identiteit
De VA is in transitie. Er is de laatste vier jaar veel gebeurd
met het instituut. Er is een nieuw beleid geformuleerd en er is
een revitaliseringsproces in gang gezet gericht op het verweven
van de verschillende vernieuwingsimpulsen met de oorspronkelijke
traditie van de VA. Om dit proces te versnellen zijn intern nieuwe
initiatieven ontplooid en samenwerkingen aangegaan met andere (stedelijke)
instellingen op het terrein van kunst en cultuur. Dat heeft een
sterke dynamiek teweeggebracht, maar heeft ook het beeld van de
academie als kunstinstituut enigszins gefragmentariseerd. Zoals
het vaak gaat met omvormingsprocessen is het de tijd die leert.
Inmiddels is er op beleidsniveau een duidelijk beeld gevormd van
de 'nieuwe' VA, duidelijk vervat in de eerder genoemde doelstelling
van het instituut: "De Vrije Academie Werkplaats voor Beeldende
Kunsten wil plaats bieden aan productie, ontwikkeling, reflectie
en presentatie van beeldende kunst. Het accent ligt daarbij op het
leggen van dwarsverbanden met actuele processen in de (mondiale)
samenleving." Het verschil met het oude beeld van de academie
ligt in de maatschappelijke contextualisering van de beeldende kunst
versus de verabsolutering van haar autonome tradities. De Vrije
Academie anno 2009 wil dit alles ten uitvoer brengen zonder de oorspronkelijke
doelstelling, ooit door haar oprichter Livinus van de Bunt in 1947
geformuleerd, te verloochenen:
" Het doel van de Vrije Academie is te komen tot integrale
vorming van beeldende kunstenaars en van zich kunstzinnig ontplooiende
amateurs, waarbij gestreefd wordt naar een steeds onderzoekende
beoefening van de vrije beeldende kunsten, opdat uitkomsten verwacht
kunnen worden, die de vormgeving van de samenleving op een hoger
peil brengen."
In wezen is de nieuw gedefinieerde doelstelling congruent aan de
oorspronkelijke. Feit is echter dat het functioneren van het instituut
in de afgelopen decennia nauwelijks nog werd gedragen door ideologische
motieven. De 'nieuwe' VA wil de ideologische component weer terughalen
in haar beleid, maar wel aangepast aan de mondiale probleemstellingen
van deze tijd. Naar buiten toe wil de VA zich helder profileren
als een kunstinstituut waarin productie, onderzoek en presentatie
gericht blijven op actuele ontwikkelingen in de kunst, maar waar
tevens dwarsverbanden met actuele processen in de samenleving worden
onderzocht.
Het professionaliseren
van de werkplaatsfunctie
Plannen en activiteiten werkplaatsfunctie
Wat de inrichting van haar werkplaatsfunctie betreft wil de VA
vasthouden aan de oorspronkelijke doelstelling. Namelijk artistiek-inhoudelijke
en technische begeleiding bieden aan professionele kunstenaars en
gemotiveerde amateurs, die in collectieve ateliers zich zelfstandig
kunnen ontplooien. Daartoe zijn flexibele werkplekken ingericht,
die door iedereen gebruikt kunnen worden.
Naast de reguliere werkpraktijk van de deelnemers is in 2007 een
succesvolle start gemaakt met masterclasses in de verschillende
beeldende disciplines. Dit initiatief, dat een instroom uit het
professionele werkveld teweeg heeft gebracht, zal in de toekomst
worden voortgezet en uitgebouwd.
DNA (De Nieuwe Academie)
Daarnaast zal de academie het in 2007 gestarte 'postgraduaat' initiatief
(zie rubriek 1, DNA) verder uitbouwen en perfectioneren. De VA wil
jonge getalenteerde kunstenaars, met of zonder academische kunstopleiding,
de mogelijkheid bieden zich op professioneel niveau verder te ontwikkelen.
Zij krijgen een individueel atelier en worden begeleid door deskundige
kunsttheoretici en kunstenaars, Deze nieuwe begeleiders krijgen
de opdracht om steeds gedurende zes weken, naast het individueel
begeleiden van de jonge kunstenaars, een kort programma van activiteiten
te ontwikkelen, zoals lezingen, presentaties en excursies. Het ligt
in de bedoeling om enkele van die activiteiten voor alle deelnemers
en ook voor belangstellenden van buiten de academie toegankelijk
te laten zijn. De nieuwe categorie deelnemers wordt zo veel mogelijk
actief geworven naar aanleiding van bezoeken aan eindexamenpresentaties
of via adviezen van docenten van academies waaraan zij zijn afgestudeerd.
Een vast, klein team van deskundigen binnen de academie zal zich
gaan toeleggen op de ballotage van de kandidaten. Een nevendoelstelling
is om via de contacten van de nieuwe begeleiders het landelijke
en internationale netwerk van de VA te verbreden en te vergroten.
Zo is in het afgelopen kwartaal, constructief contact opgebouwd
met vzw WARP in België, een nieuw kunstinitiatief dat internationale
tentoonstellingen, lezingen en debatten organiseert. De gastkunstenaar
Erich Weiss heeft aan het eind van zijn werkperiode op de VA voor
de jonge kunstenaars een tentoonstelling weten te realiseren in
een bekende expositieruimte in het Zwitserse Thun. Afgaande op de
enthousiaste reacties uit het werkveld, ook die van reguliere kunstacademies,
wil de VA middels advertenties in vakbladen en de uitgave van een
brochure meer en gericht ruchtbaarheid geven aan dit 'postgraduaat'
initiatief. Bij de start van DNA heeft de VA de volgende kunsttheoretici
en kunstenaars als begeleiders kunnen contracteren: Stef van Bellingen
(B), Erich Weiss (F), Pieter Laurens Mol, JCJ Vanderheyden, Roland
Schimmel, Mark Kremer en Philip Peters.
Samenwerking World Wide Visual Factory (voorheen World Wide
Video Festival)
In komende jaren zal de samenwerking met World Wide Visual Factory
worden gecontinueerd. Met de komst van WWVF is naast artistiek-inhoudelijke
en vaktechnische expertise op het gebied van de nieuwe media, ook
een internationaal netwerk van toonaangevende videokunstenaars binnen
het bereik van de VA gekomen. Daarnaast is een aanzet gegeven tot
uitbreiding van vaktechnische voorzieningen met geavanceerde digitale
productie- en weergaveapparatuur. Het ligt in de bedoeling om de
eerste verdieping van het academiegebouw te bestemmen voor het werken
met nieuwe media. De afgelopen twee jaar is daarmee een begin gemaakt
met het inrichten van een 360 graden panoramische projectieruimte
en met het inrichten van een productie- en post-productiewerkruimte
voor digitale opnamen/montage en werkruimte voor installaties en
mediaperformances. In deze werkruimte worden ook de masterclasses
en workshops gegeven. Tot nu toe is er voor de panoramische projectieruimte
één productie gemaakt door de Argentijnse kunstenaar
Sebastián Diáz Morales. Een tweede is in voorbereiding
en zal in februari 2008 gereed zijn. Voorts werden er masterclasses
gegeven door de Braziliaanse kunstenaars Eder Santos en Breno Fortes
en door de Belgische kunstenaar Walter Verdin. Inmiddels volgt,
naast incidentele inschrijving, een vaste kern van deelnemers de
workshops en de masterclasses en maken zij gebruik van de nieuwe
productiefaciliteiten. In de toekomst willen de VA en WWVF hun samenwerkingsverband
verder structureren en intensiveren. De frequentie van workshops
en masterclasses wordt opgevoerd en onderzocht zal worden hoe de
expertise van WWVF kan worden ingezet voor andere functies van de
VA. Wat het artist-in-residence programma en de masterclasses en
workshops betreft is voor de komende tijd medewerking toegezegd
door de in Polen woonachtige Zuid-Afrikaanse kunstenaar Rodney Place,
de Braziliaanse kunstenaars Danillo Barata en Eustaquio Neves, de
Chinese kunstenaar Jamson Law en de eerder genoemde Eder Santos.
Plannen en activiteiten artists-in-residenceships
In de komende beleidsperiode wil de VA haar werkplaatsfunctie blijven
inzetten voor artists-in-residence die in het kader van de tentoonstellingen
van Gemak worden gecontracteerd. In het laatste kwartaal van 2007
is de in Londen woonachtige, Irakese kunstenaar Rashad Selim als
artist-in-residence op de VA werkzaam geweest. Het werk van Selim
maakt deel uit van de eerste, aan de oorlog in Irak gewijde tentoonstelling
van Gemak, getiteld Green Zone / Red Zone. Rashad Selim heeft workshops
gegeven op de VA, heeft deelgenomen aan het eerste debat van Gemak,
en werkt tot en met januari 2008, met medewerking van personen uit
het Haagse kunstwerkveld, aan een project in de openbare ruimte
van Den Haag. Voornoemd voorbeeld geeft aan hoe de VA in de toekomst
het artist-in residenceship wil verruimen. Het gaat er daarbij niet
alleen om gastkunstenaars voor een bepaalde tijd in het academiegebouw
een atelier aan te bieden, maar ook om vanuit hun specifieke betrokkenheid
met de stad naar een betekenisvolle uitbreiding van hun werkruimte
te zoeken. In dit verband wil de VA ook contacten stimuleren met
andere instellingen in Den Haag.
Vernieuwing outillage werkplaatsen
De specifieke vaktechnische werkplaatsen, zoals die voor hout- en
metaalbewerking, keramiek en grafiek zijn redelijk goed geoutilleerd.
Toch, veel apparatuur is verouderd en beperkt in de toepassing.
De VA wil in de komende jaren investeren in de vernieuwing van technische
apparatuur. De afdeling nieuwe media heeft een aanzienlijke investering
nodig om zich verder te kunnen ontwikkelen. In personele zin is
de aanstelling gewenst van drie vaste werkplaatsassistenten: voor
metaal- en houtbewerking, voor grafiek en voor nieuwe media. Deze
werkplaatsassistenten zijn verantwoordelijk voor het beheer en het
gebruik van de werkplaatsen en geven, op grond van hun vakmanschap
en artistieke kennis, de deelnemers instructies bij de vervaardiging
van hun kunstwerken.
Plannen en activiteiten algemeen vormende functie
Cursussen en workshops
De VA wil de algemeen vormende functie in haar praktijk nieuwe impulsen
geven. In de eerste plaats in haar reguliere aanbod van cursussen
en workshops, maar ook incidenteel naar aanleiding van actuele gebeurtenissen
in de kunst en samenleving. Er zal in de theoretische cursussen,
zoals kunstgeschiedenis, kunstbeschouwing en filosofie, veel aandacht
worden geschonken aan de maatschappelijke contextualisering van
kunst. Ook zal meer aandacht worden besteed aan de kunstgeschiedenis
van andere culturen. In 2007 is een start gemaakt met het geven
van cursussen Islamitische kunstgeschiedenis door Charlotte Huygens,
conservator Islamitisch Cultuurgebied en projectleider tentoonstellingen
aan het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Wat de cursussen kunstgeschiedenis
en kunstbeschouwing betreft zal er zoveel mogelijk worden gestreefd
naar het combineren van de respectievelijke colleges met tentoonstellings-
en atelierbezoeken. In de afgelopen twee jaar is deze werkwijze
met succes toegepast door de kunsthistorica Alied Ottevanger in
haar workshops 'Podia en Kanalen'.
Studium Generale
De activiteiten van het Studium Generale hebben tot doel om deelnemers
en andere belangstellenden van buiten de academie door middel van
lezingen, presentaties en filmvertoningen kennis en inzicht te verschaffen
omtrent interdisciplinaire verbindingen tussen kunst, cultuur, wetenschap
en samenleving. In 2005 is begonnen met het aanbieden van compacte,
vierwekelijkse programma's waarin beeldende kunst werd gekoppeld
aan o.a. natuurwetenschap, filosofie, onderwijs en genetica. Deze
aanpak bleek, gezien de hoge bezoekersaantallen, succesvol. Het
voornemen is om deze formule te handhaven en indien van toepassing
de thema's van de bijeenkomsten af te laten stemmen op gelijktijdige
culturele activiteiten in stad en land.
Debatfunctie
In de afgelopen drie jaar zijn er in de Vrije Academie veel debatten
gevoerd. Naast haar eigen programmering biedt de VA, indien passend
bij haar doelstelling, ook andere stedelijke instellingen een podium
om debatten te organiseren. Met de komst van Gemak als expositie-
en debatcentrum is het aantal debatten op de VA toegenomen. In de
toekomst zal in samenwerking met het Haags Gemeentemuseum een intensief
debatprogramma worden ontwikkeld, waarin verbindingen tussen kunst,
politiek en samenleving centraal staan. Een groot deel van deze
debatten zal afgestemd worden op de tentoonstellingsprogrammering
van Gemak. In het laatste kwartaal van 2007 is, onder de overkoepelende
titel The Making of a Terrorist, een start gemaakt met een reeks
debatten over de oorlog in Irak, en werd het debat De kunstenaar
als verslaggever van Global War georganiseerd over de invloed van
artistieke en journalistieke getuigenissen in conflictgebieden.
Een nieuw wervings- en toelatingsbeleid
Overeenkomstig het nieuwe werkplaatsbeleid van de VA zal er een
intensievere wervingsstrategie worden gevoerd. Naast de reguliere
brochure zullen er ook deelbrochures worden verspreid, met name
voor DNA en het samenwerkingsverband met World Wide Visual Factory.
Via advertenties en redactionele artikelen in vakbladen wil de VA
meer en doeltreffender ruchtbaarheid geven aan haar vernieuwende
beleid. Het vernieuwde profiel van de VA als kunstinstelling die
zich betrokken voelt met de samenleving vereist een aangescherpt
profiel van potentiële deelnemers. Natuurlijk worden kandidaten
niet beoordeeld op hun politiek engagement, maar wel op hun beeldende
talent, mentaliteit en kritisch vermogen. Wat de werving van jonge
kunstenaars voor DNA betreft zal zoveel mogelijk actief worden gescout
en geworven. Er zal een vast team van deskundigen binnen de VA worden
geformeerd dat zich zal bezighouden met de in take gesprekken en
ballotages.
Samenwerkingsverband met het Haags Gemeentemuseum: Gemak
In het najaar 2007 is in de VA het prachtig verbouwde expositie-
en debatcentrum voor kunst, maatschappij en politiek Gemak geopend,
een samenwerkingsverband tussen de VA en het Gemeentemuseum Den
Haag. (Gemeentemuseum + Akademie) In Gemak wordt kunst getoond die
zich afspeelt in of geïnspireerd is door de maatschappelijke
context waarin de kunstenaar zich bevindt. De tentoonstellingen
worden begeleid door lezingen, debatten en filmvertoningen. Naar
voorbeeld van hoofdstedelijke debatcentra als De Balie en Felix
Meritis wil Gemak een grote lacune opvullen in Den Haag, regeringszetel
en stad van vrede en recht. De VA heeft in de afgelopen jaren een
behoorlijke expertise opgebouwd in onderhavig thema, en wil die
de komende tijd inzetten voor het welslagen van het nieuwe centrum.
Onder het overkoepelende thema 'De Grens' is voor het komend anderhalf
jaar een tentoonstellingsreeks geprogrammeerd gewijd aan kunst in
relatie tot conflictgebieden. In de nieuwe cultuurperiode wil de
VA de samenwerking met het Gemeentemuseum verder uitbouwen. Het
Gemeentemuseum heeft speciaal voor Gemak een nieuwe curator aangesteld.
De VA heeft vanuit haar eigen organisatie ook een curator aangesteld
die inhoudelijk en organisatorisch medeverantwoordelijk is voor
de programmering van tentoonstellingen en debatten. Met de komst
van Gemak is het publieksbereik van de VA aanzienlijk vergroot.
Een groot voordeel is dat er voor wat betreft de activiteiten van
Gemak een beroep kan worden gedaan op de publiciteitsafdeling van
het Gemeentemuseum. Daarnaast zal de VA via persberichten, advertenties
en een gerichte mailing haar eigen public relations blijven behartigen.
Nieuwe samenwerkingen in het stedelijk netwerk
De VA streeft ernaar om meer contacten te leggen in het stedelijk
netwerk. Met een aantal kunstinstellingen worden inmiddels goede
relaties onderhouden. Met de Koninklijke Academie van Beeldende
Kunsten wil de VA haar contacten verstevigen, onder meer met het
oog op de werving van talentvolle kandidaten voor DNA. Tot nu toe
hebben studenten van de KABK, in overleg met afdelingshoofden, deelgenomen
aan workshops van de VA en werd naar aanleiding van de tentoonstelling
Green Zone / Red Zone in Gemak, een lesopdracht aan eerstejaarsstudenten
verstrekt. Ook de lopende contacten met stedelijke kunstinitiatieven
als Shoot me Festival en Hoogtij wil de VA continueren. Het samenwerkingsverband
met Toneelgroep De Appel, in 2007 gestart, biedt artistiek-inhoudelijk
en publicitair interessante aanknopingspunten voor verdere samenwerking.
In de komende jaren wil de VA ook relaties opbouwen met sociaal-maatschappelijke-,
politieke- en onderwijsinstellingen. Inmiddels zijn contacten gelegd
met o.a. het Institute of Social Studies, het Nederlands Instituut
voor Internationale Betrekkingen Clingendael, de Haagse Hogeschool
en de Weekendschool. Met het Institute of Social Studies is voor
2008 een samenwerkingsproject voorzien.
BIJLAGE 1
PROGRAMMA GEMAK 2009-2012
Gemak
Centrum voor niet westerse kunst en politiek
Programma 2009 - 2012
In het tijdvak 2009 - 2012 zal Gemak haar ontdekkingsreis voortzetten
langs de vele raakvlakken tussen kunst en politiek. Daarbij nodigt
Gemak kunstenaars en gastsprekers uit van niet westerse gebieden
en zoekt verschillende manieren van uitwisseling met de stad Den
Haag en haar bevolking.
Elk jaar staat een thema voorop. Deze wordt in drie grote tentoonstellingen
ontleed. De thema's zijn:
(2007 - 2008) Borders
1. Green Zone / Red Zone 2. The Wall 3. Terminal
Iraq Israel & the Arabs Fortress Europe & Africa
2009 The Consumer Society
1. Guns & Security 2. Cars & Oil 3. Food & Obesity
Russia/E Europe and market China/SE Asia and market Japan/Oceania
and market
2010 Revolution
1. In the mountains 2. In the deserts 3. In the cities
Latin America Secular jihad, Middle East Underdogs in Europe &
USA
2011 Love
1. The invincible 2. The subversive 3. The eternal
Iran & Central Asia Korea & East Asia India & South
Asia
2012 The Joke
1. Parody 2. Irony 3. Absurdity
Black Africa Middle East East Asia
Elke tentoonstelling gaat gepaard met de volgend programmaonderdelen:
1. Opening- en Slotfeest
2. Twee workshops voor kunstenaars of kunststudenten: een door een
van de deelnemende kunstenaars, de andere door de gastkunstenaar.
3. Een debat reeks bestaande uit drie debatten, met iedere keer
een gastspreker uit het besproken gebied.
4. Een openbare kunst project door een gastkunstenaar, die soms
gepaard gaat met een onderzoek naar hoe het thema van de tentoonstelling
in Den Haag speelt. Als er een onderzoek plaats vindt leidt dit
weer tot een workshop voor professionelen, een multimedia presentatie
en een bijeenkomst voor een breed Haags publiek, om de resultaten
van het onderzoek in verschillende verbanden te analyseren, aan
te vullen en te verspreiden. Het openbare kunst project, dat standaard
met elke tentoonstelling gepaard gaat, leidt tot een openbare onthulling
van het kunstvoorwerp.
5. Een catalogus met beeldmateriaal en teksten van debatten, lezingen
e.d.; gedrukt en op de website van Gemak (eventueel een per thema/jaar).
Per jaar vinden er vier tentoonstellingen plaats. Naast de genoemde
vindt er elk jaar één plaats waarin een land of thema
dat erg in de actualiteit is aan bod komt. In 2008 is dat bijvoorbeeld
'Future: Afghanistan'. We kunnen uiteraard niet voorspellen wat
de toekomstige zijn!
Hiernaast kunnen andere publieke bijeenkomsten georganiseerd worden:
lezingen, seminars, ronde tafels, diners, feesten. Gemak houdt ook
ruimte vrij voor spontane gebeurtenissen.
Gemak heeft een lounge annex leeszaal waar bezoekers elkaar kunnen
ontmoeten, uitrusten en naslagwerken raadplegen. De bedoeling is
dat Gemak de ontmoetingsplek wordt voor iedereen die geïnteresseerd
is in internationale kunst en politiek. Expats moeten zich hier
even thuis voelen als jonge activisten en Hagenezen die nieuwe perspectieven
op veel besproken thema's zoeken.
Door de werkplaatsen, cursussen en overige programma's van de Vrije
Academie / Werkplaats voor Beeldende Kunsten heeft Gemak een dynamische,
zelfs pragmatische karakter, waar ideeën letterlijk vormgegeven
worden, en waar confrontatie met de kunst en de werkelijkheid zoals
die door anderen wordt gezien de directe aanleiding voor onze debatten
is.
De debatten waarvoor we gastsprekers uitnodigen uit het buitenland
zullen in het Engels zijn, maar meeste andere activiteiten zullen
in het Nederlands plaatsvinden, om een zo breed mogelijk publiek
aan te spreken. De publicaties en de website zullen volledig tweetalig
zijn.
Publiciteit voor Gemak wordt grotendeels door het Gemeentemuseum
verzorgd. Daarbij moeten we denken aan duizenden papieren uitnodigingen,
elektronische nieuwsbrieven, persverklaringen, folders, postercampagnes
voor elke tentoonstelling, en een volledige website die vaak updated
wordt. Maar ook de Vrije Academie kan veel Haagse aandacht ronselen
voor Gemak, terwijl kunstenaars en medewerkers hun persoonlijke
netwerken inzetten via sms-acties en e-mail lijsten.
De openbare kunstprojecten brengen via de Vrije Academie een buitenlandse
gastkunstenaar samen met Haagse kunstenaars. Het resultaat zal niet
alleen een kunstwerk in de stad zijn dat met veel aandacht wordt
onthuld, maar kan ook tot een ingreep leiden in de tentoonstelling
die dan loopt. Daardoor hopen we niet alleen bij te dragen aan het
internationale karakter van Den Haag, maar ook individuele Haagse
kunstenaars te koppelen aan hedendaagse trends in de kunstwereld
en de personen/organisaties die dit vertegenwoordigen.
Via media-aandacht en onze website, www.gemak.org, hopen we uiteraard
veel meer mensen te bereiken.
BIJLAGE 2
ONDERZOEKSRAPPORT REVITALISERING VRIJE ACADEMIE
In opdracht van Fonds 1818
NIEUWE KADERS, NIEUW
PUBLIEK
DE ONTWIKKELING VAN DE VRIJE ACADEMIE WBK 2004-2007 EN DE MOGELIJKHEDEN
VOOR DE TOEKOMST
Vinken en Van Kampen
Post CS gebouw 6e verdieping #61
Oosterdokskade 5
1011 AD Amsterdam
t 020 4200841
info@vinkenenvankampen.nl
www.vinkenenvankampen.nl
Inleiding
De afgelopen drie jaar is door de Vrije Academie Werkplaats voor
Beeldende Kunsten gewerkt aan een traject van revitalisering, dat
mede ondersteund werd door Fonds 1818. Fonds 1818 heeft ons gevraagd
te onderzoeken wat er in het kader van dat traject is gebeurd en
waar de Vrije Academie op dit moment staat. De ondersteuning van
Fonds 1818 aan de Vrije Academie is bedoeld als een tijdelijke impuls
en zal binnenkort beëindigd worden. Zowel Fonds 1818 als de
Vrije Academie vinden het belangrijk dat er voor de tijd daarna
zicht is op continuering van het traject, bij voorkeur in de vorm
van een positief advies van de gemeente voor de beleidsperiode 2009-2012.
Wij hebben bekeken wat destijds de reden was dat er gerevitaliseerd
moest worden, hoe de revitalisering is aangepakt en wat er bereikt
is. In onze rapportage schetsen we de 'Vrije-Academie-in-ontwikkeling'
waarin aandacht is voor het verleden, maar met name voor het heden
en voor het beeld dat er is van de toekomst en dat men bezig is
in te vullen. Het evaluatieonderzoek dat aan de rapportage ten grondslag
ligt is gedaan op basis van deskresearch, bestudering van door de
Vrije Academie beschikbaar gestelde stukken en gesprekken met een
aantal betrokkenen en 'omstanders'.
In een tijd waarin kunst en samenleving weer stevig met elkaar
verbonden zijn stelt de Vrije Academie zich het doel om voor het
Haagse en ook landelijke veld een plek te bieden waar kunsttalent
zich kan ontwikkelen en waar vanuit de kunst naar de maatschappij,
de wereld gekeken kan worden. Om die ambities om te zetten in harde
realiteit, om de volgende stap naar die 'nieuwe Vrije Academie'
te zetten zal het succes van de revitalisering gemunt moeten worden.
Daarvoor is de Vrije Academie nu bezig het werk te verrichten, zowel
binnenshuis als bij het winnen van het commitment van partijen die
de VA ondersteunen en haar belangen delen.
Jaap Vinken en Martine van Kampen
De aanvang: waarom revitaliseren?
De oude situatie in de Vrije Academie doet denken aan de typering
die socioloog Menno Hurenkamp in een uitzending van het radioprogramma
'De Avonden' geeft van twee Amsterdamse culturele broedplaatsen
(naar aanleiding van een debat in De Veemvloer in Amsterdam, juni
2007). Hij constateert een vreemde contradictie binnen die broedplaatsen,
namelijk dat er anders dan de naam doet vermoeden weinig jonge kuikens
te vinden zijn, maar veel volwassen vogels die al heel lang op hun
nesten zitten. De plekken zijn ontstaan vanuit een geest van vrijheid,
onafhankelijkheid en eigenzinnigheid, maar als je kijkt naar de
samenstelling van de groep gebruikers dan is die erg weinig divers.
Bovendien is er nauwelijks doorstroom. Ondanks het anti-institutionele
karakter en de vrijheid heersen er wel degelijk kaders, alleen worden
die niet benoemd en wordt er zelfs veel aan gedaan om die niet expliciet
te maken.
De Vrije Academie heeft in de periode voorafgaand aan de revitalisering
ook te maken met 'oude kaders' die niet als zodanig zichtbaar zijn,
maar die wel in de weg zitten van vernieuwing. De werkplaatsen zijn
min of meer bewoond door een aantal kunstenaars die er al lang gebruik
van maken en er gestaag doorwerken aan hun eigen werk. Zij bepalen
de sfeer, er is niet veel output en weinig uitwisseling met de buitenwereld,
er komen niet veel jonge mensen bij. De mensen die wij gesproken
hebben karakteriseren de Vrije Academie in die tijd bijvoorbeeld
als 'ingedut' en 'ingesuft' - ook als 'hangplek voor oudere kunstenaars'.
Deze stand van zaken zien we in andere bewoordingen ook terug in
het negatieve advies van de commissie Zonderop.
De vernieuwingsimpuls die de Vrije Academie inzet moet dan onder
meer de gemiddelde leeftijd van de deelnemers naar beneden brengen,
een ander publiek naar binnen halen en meer diversiteit onder de
deelnemers veroorzaken ('niet meer zo wit'). Wat de Vrije Academie
wil worden is een instelling waar vanuit de kunst debat wordt gevoerd.
Waar de kunst het debat voedt en het debat de kunst. Den Haag is
met haar internationale/politieke instellingen (internationaal gerechtshof,
regering) een plek bij uitstek om debat over maatschappelijke onderwerpen
te voeren, er is echter in Den Haag nog niet een plek waar dat gebeurt.
Voorbeelden die de Vrije Academie hiervoor aanhaalt zijn instellingen
als De Balie en Felix Meritis in Amsterdam.
De keuze voor 'debat' als een manier voor een kunstinstelling om
verse banden met de maatschappij aan te gaan sluit aan bij ontwikkelingen
in de beeldende kunst van de afgelopen tien jaar. Veel kunstenaars
en instellingen hebben de stelling verlaten dat kunst autonoom zou
zijn en zich buiten of naast de samenleving bevindt, en zoeken contact
en discussie met andere groepen. Dit uit zich in een hausse van
kunstwerken en tentoonstellingen over maatschappelijke onderwerpen
- ook in het verkennen van nieuwe werkterreinen, zoals de openbare
ruimte en het internationale veld.
Of de zittende werkplaatsmensen en cursisten van de Vrije Academie
zelf ook dat contact en de discussie met de samenleving willen staat
te bezien. De debatfunctie die de Vrije Academie ambieert is dan
ook meer gericht op het binnenhalen van nieuw publiek dan op het
bedienen van de bestaande gebruikersgroep. De Vrije Academie wil
aansluiting bij studenten van kunstacademies en bij het professionele
kunstpubliek, en middels hen bij een veel breder publiek dat interesse
heeft voor kunst en voor maatschappelijke vraagstukken. Een broodnodige
verbouwing van het pand aan de Paviljoensgracht wordt ingezet om
de revitalisering kracht bij te zetten.
De aanpak van de revitalisering
Met het negatieve advies van de commissie Zonderop in 2004 komt
een flinke korting op de bijdrage van de gemeente. Dat betekent
dat de Vrije Academie alleen nog haar werkplaatsfunctie kan financieren,
voor activiteiten is geen budget meer. De vernieuwing die de Vrije
Academie voor ogen heeft, heeft echter juist betrekking op het ontwikkelen
van activiteiten: een programma van tentoonstellingen en studium
generale. Op die manier kunnen de banden met de buitenwereld weer
worden aangehaald en kan nieuw publiek en nieuwe deelnemers binnen
worden gehaald.
De vernieuwing wordt dan in feite op projectbasis ingezet en gefinancierd:
revitalisering en programma worden als projecten benoemd en hiervoor
wordt bij een aantal fondsen ondersteuning verkregen. Wat onder
'de revitalisering' valt betreft de volgende onderdelen:
- Studium Generale 2004
- Studium Generale Tracks of inner engagement / Focus op China 2005
- Studium Generale Stofwolken / PAIK 2006
- Studium Generale PAIK / DNA / Gemak 2007
- reorganisatie personeel
- reorganisatie deelnemers
- verbouwing
Met het programma worden 'mensen van buiten' binnen de Vrije Academie
gehaald. Enerzijds zijn dat bijvoorbeeld mensen van andere disciplines
dan de kunst (wetenschappers, schrijvers) die in het kader van een
onderwerp over hun vak kwamen vertellen, maar het gaat ook om mensen
van instellingen waarmee de Vrije Academie in het kader van de projecten
verbanden aangaat zoals het Van Kinderenmuseum, Hogeschool InHolland
en de Zuidwalschool uit de buurt. Anderzijds zijn het mensen die
met beeldende kunst bezig zijn, maar die eerder geen contact hadden
met de Vrije Academie, zoals een aantal landelijk en internationaal
bekende kunstenaars en kunstenaars die letterlijk van ver komen:
uit China, Afrika, Brazilië en het Midden-Oosten. Met al die
mensen van buiten wordt ook publiek van buiten in de Vrije Academie
gehaald: publiek dat hoort bij die andere disciplines en andere
instellingen (publiek dat zo kan kennismaken met kunst) en publiek
dat hoort bij dat bredere professionele veld (publiek dat zo kan
kennismaken met de Vrije Academie).
Voor de gebruikers van de Vrije Academie worden de toelatingscriteria
aangescherpt, zodat geleidelijk aan het niveau verschuift in de
richting van meer professionele deelnemers. De Vrije Academie wil
open zijn voor alle kunstbeoefenaars, ook zij die niet een opleiding
hebben gevolgd. Maar inhoudelijk gezien wil ze zich wel richten
op de professionele kunstpraktijk - er van uitgaande dat die ook
relevant en interessant is voor semi- en aspirant professionele
kunstenaars. Om de Vrije Academie voor alle inkomensgroepen toegankelijk
te maken wordt de mogelijkheid gemaakt om gebruikt te maken van
de Haagse Ooievaarspas. De nadruk voor de Vrije Academie bij de
toelating ligt op talent en motivatie. Aansluitend op de aangescherpte
toelatingscriteria wordt er ook actief werk gemaakt van het binnenhalen
van de beoogde deelnemersdoelgroep. Op eindexamententoonstellingen
van kunstacademies in het hele land worden interessante kandidaten
benaderd, docenten worden gevraagd om kandidaten voor te stellen.
Zij worden uitgenodigd voor een tijdelijk deelnemerschap onder DNA.
De personele bezetting van de Vrije Academie is dan door eerdere
bezuinigingen eigenlijk al niet meer toegesneden op wat er nodig
is om de boel draaiend te houden, laat staan om de nieuwe ambities
in mankracht mogelijk te maken. In 'de basis' ontbreekt bijvoorbeeld
een conciërge en een secretariële kracht, maar ook tussen
de directie en de docenten ontbreekt een schakelfunctie van iemand
die zich met programma en beleid kan bezighouden. Deze beide leemtes
worden vanuit de projectopzetten en projectbegrotingen opgevuld,
maar krijgen (nog) geen structurele invulling. In een strategisch
plan worden de gewenste personele structuur en bezetting uiteengezet,
en de reorganisatie die daarvoor nodig is.
De verbouwing van het pand wordt tenslotte aangegrepen om beweging
te brengen in het deelnemerbestand. De vaste groep deelnemers die
er al lange tijd zit heeft min of meer hun persoonlijke atelier
afgebakend, terwijl het de bedoeling is dat werkplekken flexibel
door iedereen gebruikt kunnen worden. Door de grote schoonmaak die
nu eenmaal met een verbouwing gepaard gaat, maar ook een nieuwe
indeling van de ruimtes en de introductie van flexibele werkstations
zodat materiaal en gereedschap niet langer aan een plek gebonden
zijn, worden de territoria opengebroken. De individuele atelierruimtes
die er nu zijn worden uitsluitend bestemd voor tijdelijk gebruik
(de artists in residence en mensen die alleen een project komen
doen), alle andere werkplekken zijn flexibel en kunnen dus steeds
door andere deelnemers worden gebruikt.
De gevolgen
Het belangrijkste en meest in het oog springende gevolg van de
revitalisering is dat er reuring wordt veroorzaakt. Op de mensen
die wij spraken maakt het nieuwe programma een positieve indruk.
Het maakt de buitenwereld duidelijk dat de Vrije Academie bezig
is om zichzelf te veranderen en geeft aan dat het ambitieniveau
hoog is. Ook komt er meer publiek op de activiteiten af dan voorheen
en de nieuwe inzet krijgt bekendheid. Met name de lezingen van een
aantal landelijk en internationaal bekende kunstenaars (met die
van Luc Tuymans waarvoor de rijen tot buiten stonden als spraakmakend
hoogtepunt) en de aandacht voor een actueel onderwerp als China
zorgen voor veel belangstelling. Er wordt daardoor (weer) belangstellend
naar de Vrije Academie gekeken als een plek waar iets gebeurt. Er
komt ook nieuw publiek op de activiteiten af, in de zin van een
publiek dat van buiten de kunst komt en van een professioneel kunstpubliek
(kunstenaars, studenten, mensen werkzaam in de kunst) dat de Vrije
Academie in de loop der tijd een beetje is kwijtgeraakt.
Daarnaast wordt het deelnemersbestand van de Vrije Academie gestaag
verjongd en krijgt het een meer diverse samenstelling, onder meer
door de kunstenaars die in het kader van artistiek asiel worden
binnengehaald en de mensen die gericht worden benaderd. Het teweeg
brengen van veranderingen in het deelnemersbestand wordt door de
Vrije Academie behoedzaam ingezet als een proces; het idee is dat
als de werksfeer en de verbinding met de buitenwereld veranderen
er nieuwe mensen zullen binnenkomen, mensen die daar weinig mee
hebben zullen er voor kiezen om weg te gaan.
De verbouwing frist het pand van de Vrije Academie enorm op en
zorgt voor een open en uitnodigende uitstraling naar buiten toe.
Vanaf de straat is nu duidelijker te zien wat er binnen gebeurt
en van binnen is de aanwezigheid van de straat omgekeerd ook beter
voelbaar. Dit onderstreept de sterkere banden met de samenleving
en de buitenwereld die de Vrije Academie met haar vernieuwing nastreeft.
Voor wat betreft de reorganisatie onder het personeel zijn de wijzigingen
van het strategische plan gedeeltelijk doorgevoerd. Volledige doorvoer
is afhankelijk van de financiën die nodig zijn om in de toekomst
de structurele personele bezetting op te waarderen.
Vooralsnog heeft de revitalisering ook tot gevolg dat er van elkaar
verschillende groepen mensen op de Vrije Academie rondlopen, die
zich niet vanzelfsprekend vermengen. Het programma, met name het
wat meer 'maatschappelijk geëngageerde' deel daarvan, wordt
niet of nauwelijks bezocht door de groep oude deelnemers, die het
gevoel heeft dat het niet voor hen bedoeld is. De komst van het
nieuwe publiek naar de Vrije Academie heeft daardoor soms iets weg
van een invasie, ook al is die geenszins vijandig. Tussen beide
groepen is niet veel aansluiting, en dat wordt door beide kanten
gevoeld. Voor een voortzetting van het succes van de revitalisering
is het belangrijk om die aansluiting toch te veroorzaken, of om
een situatie te creëren waarin de verschillen geen ongemakkelijk
gevoel opleveren. Het net opgestarte traject van vierwekelijks inhoudelijk
overleg met deelnemers en begeleiders zal daaraan bijdragen. Over
Gemak zijn de deelnemers overigens enthousiast, men meldt zich bijvoorbeeld
aan om te suppoosten en weekend- en bardiensten te draaien.
Verder
Dit bestaan van 'nog niet vermengde' groepen is een logisch gevolg
van het traject dat is ingezet, dat tenslotte ten doel heeft nieuwe
groepen binnen te halen. Het is een van de tekenen dat de Vrije
Academie zich op dit moment in een overgangsfase bevindt. Na de
positieve uitlatingen van de mensen die wij hebben gesproken volgde
vaak ook de opmerking dat het voor een blijvend succes aan zal komen
op het gevolg dat er aan het goede begin gegeven wordt.
Kritische geluiden waren er in die zin ook - wat iemand omschreef
als een 'erg gevarieerd aanbod' werd door een ander als 'te los'
en 'ongeconcentreerd' gekarakteriseerd. Elk van de onderdelen van
het programma heeft een eigen titel, een eigen motivering en een
eigen opzet. Dat heeft er mee te maken dat de projecten binnen de
Vrije Academie voortkomen uit initiatieven uit verschillende hoeken
of samenwerkingsverbanden met verschillende partijen die elk weer
hun eigen focus hebben. Ze zijn inhoudelijk verwant (allemaal te
vatten onder de doelstellingen van de Vrije Academie) en sluiten
ook wel op elkaar aan, maar er lijkt soms ook overlap te zijn. Zo
liggen de invalshoeken van PAIK en van GEMAK niet ver uiteen, beide
zoeken het toneel van de internationale actualiteit en onderzoeken
de rol die kunst of 'het beeld' ten aanzien van grote issues kan
spelen - specifiek kiest PAIK nu voor het thema geweld (onder meer
in de zin van terreur en ideologische strijd) en Gemak zal ingaan
op grenzen (onder meer die tussen de groene en rode zones in Bagdad).
Waar de nuanceverschillen voor Vrije Academie-kenners duidelijk
kunnen zijn omdat men de achtergrond kent (PAIK komt voort uit een
initiatief van Paul Donker Duyvis, Tom Dommisse en Ingrid Rollema,
GEMAK is resultaat van een samenwerking met het Gemeentemuseum),
is het voor relatieve buitenstaanders niet helemaal helder waarom
het hier om twee verschillende projecten met twee verschillende
namen moet gaan. En hoe die zich dan weer verhouden tot bijvoorbeeld
De Nieuwe Academie (een initiatief van Felix Villanueva). In oktober
is een begin gemaakt met een fusie tussen Gemak en PAIK, de curator
van Gemak neemt nu zitting in PAIK en in 2008 zullen ze in elkaar
opgaan.
Op de Vrije Academie wapperen momenteel veel vlaggen: PAIK, Stofwolken/Artists-in-residence,
DNA, Beeldend Platform/Studio 1, WWVF, Gemak. Om de overgangsfase
af te ronden is het van belang alle onderdelen onder één
vlag samen te brengen, die van de nieuwe Vrije Academie. Daarbij
hoort een inhoudelijke afstemming en een formulering waarin de onderdelen
in relatie worden gebracht tot elkaar en tot hun functie ten opzichte
van de doelstelling van de nieuwe Vrije Academie.
De positie van de Vrije Academie organisatorisch en financieel
De Vrije Academie werkt momenteel met een kleine vaste staf van
4 fte met de volgende functies: directeur, secretarieel medewerker,
baliemedewerker, conciërge, schoonmaker, begeleider weekend
en nachtportier. Daarnaast zijn er circa 60 mensen op freelance
basis als docent aan de Vrije Academie verbonden. Het bestuur kent
momenteel 6 leden.
Vanuit de revitalisering zijn met name de secretariële ondersteuning
en de inhoudelijke expertise voor de projecten mogelijk gemaakt,
zoals gezegd op projectbasis. Voor wat betreft organisatie en communicatie
wordt de directeur op dit moment bijgestaan door een adviseur (Josee
Meeuwenoord). De Vrije Academie wil toe naar een aanvulling van
de staf met de volgende functies: een zakelijk directeur, drie werkplaatsassistenten
(ruimtelijk, digitaal en grafiek), twee administratieve krachten.
Daarbij wil de Vrije Academie een 'adviesgroep' in het leven roepen
om haar plannen en activiteiten inhoudelijk te toetsen en haar netwerk
te ondersteunen.
Financieel is een uitbreiding van de staf momenteel niet mogelijk.
In het beleidsplan voor de periode 2009-2012 zal er op de begroting
ruimte voor worden gemaakt.
Breder: de positie van de Vrije Academie in Den Haag en landelijk
De Vrije Academie is niet alleen een instelling in een overgangsfase,
maar ook nog eens een instelling die op een aantal snijvlakken opereert.
Van oudsher wil de Vrije Academie een positie vervullen tussen het
kunstonderwijs en het werkveld - opgezet vanuit de gedachte om een
alternatief te bieden voor het reguliere kunstonderwijs. Inmiddels
is wat de Vrije Academie doet voor wat de opzet betreft vergelijkbaar
met werkplaatsinstellingen als De Ateliers of de Rijksacademie,
hoewel zij landelijk en internationaal opereren en geen workshops
verzorgen. Dit zijn instellingen die zich ook tussen kunstonderwijs
en werkveld bevinden en die (vanwege vroegere ontwikkelingen omtrent
bekostiging en beleid van ministeries) volledig vanuit cultuurgeld
bekostigd worden. Ook had de Vrije Academie - als alternatief voor
het reguliere kunstonderwijs - een positie tussen het professionele
en het niet-professionele kunstcircuit. Ze verzorgt cursussen en
workshops die ook door amateurs bezocht werden en nog worden. Met
de debatfunctie die de Vrije Academie nu heeft gaat zij ook een
positie innemen tussen de functie van kunstinstelling en die van
maatschappelijk forum - iets waarin ze zich overigens onderscheidt
van De Balie en Felix Meritis, die niet 'vanuit de kunst vertrekken'.
Binnen Den Haag neemt de Vrije Academie - met haar functies werkplaatsen,
cursussen/workshops, tentoonstellingen en studium generale - een
positie in tussen meerdere instellingen, daarbij is er niet een
instelling die de Vrije Academie volledig overlapt. Het gaat om
(met tussen haakjes de functie die men deelt met de Vrije Academie):
- de Grafische Werkplaats (werkplaatsen, cursussen/workshops)
- de KABK, professionele kunstopleiding (studium generale)
- het Koorenhuis, cursussen voor amateurs (cursussen/workshops)
- Stroom (tentoonstellingen, studium generale)
- Pulchri en Kunstkring (tentoonstellingen, studium generale)
- kunstenaarsinitiatieven en broedplaatsen, bv Quartair (tentoonstellingen,
werkplaatsen)
- de voormalige Artotheek, nu Heden (tentoonstellingen)
Door de gedeelde functies is er op sommige vlakken sprake van 'milde
maar gezonde concurrentie', op andere vlakken (daar waar men elkaar
kan aanvullen en diensten kan uitruilen) wordt er met instellingen
samengewerkt. Met de nieuwe weg die de Vrije Academie inslaat verandert
ook de relatie met sommige instellingen. Met Het Koorenhuis zal
bijvoorbeeld geen gedeelde functie meer zijn aangezien de Vrije
Academie zich nu richt op de professionele en de professionaliteit
ambiërende kunstenaars. Met de KABK liggen er juist mogelijkheden
en kansen voor meer samenwerking en uitwisseling. Stroom is de enige
van de Haagse kunstinstellingen die bij gelegenheid de activiteiten
van de Vrije Academie financieel ondersteunt en stelt zich ten aanzien
van de revitalisering op als een partij die de ontwikkelingen kritisch
volgt.
Van het soort instelling dat de Vrije Academie beoogt te zijn -
werkplaats van kunst en debat - is er in Den Haag en eigenlijk in
Nederland geen ander. Voor het in 1996 verdwenen HCAK is eigenlijk
niets in de plaats gekomen. Vanuit de politiek (PvdA) zijn eerder
pogingen gedaan om een Haags debatcentrum op te zetten, deze hebben
vooralsnog nog geen resultaat gehad. Op deze laatste heeft de Vrije
Academie voor dat zij veel meer een onafhankelijke positie inneemt
en haar initiatieven niet bij voorbaat een politieke kleur hoeven
te hebben. In potentie kan de Vrije Academie een 'gat in de markt'
vervullen, ook landelijk. Op het moment vervult de Vrije Academie
landelijk geen echte rol en is zij met name een Haagse kunstinstelling
- waar ze vooreerst een nog betere 'naam' en positie zou moeten
gaan vestigen.
Aandachtspunten voor nieuw beleid
De Vrije Academie heeft met de revitalisering op een aantal fronten
sprongen gemaakt: er is belangstelling gewekt, er is programma dat
aan de nieuwe identiteit invulling geeft, de samenstelling van de
deelnemergroep verandert, het gebouw is opgefrist en er is meer
en nieuw publiek binnengekomen. Aan welke punten zou de Vrije Academie
voor de aanstaande beleidsperiode (2009-2012) aandacht kunnen schenken?
1. De combinatie van 'kunst en debat' is voor wat betreft de huidige
opvattingen in de beeldende kunst een logisch samengaan, maar het
is belangrijk om er niet van uit te gaan dat die combinatie vanzelfsprekend
en permanent is. Kunst onderhoudt met de samenleving een verhouding
van afwisselend aantrekken en afstoten, de ontwikkeling die tien
jaar geleden begon kan met een aantal jaar weer veranderen. Hoe
kan de VA hier op inspringen? Is de relatie die kunst - werkplaats
- en debat hebben op de Vrije Academie in dit opzicht specifiek
genoeg?
2. Het samenbrengen van de losse onderdelen onder één
noemer kwam al eerder ter sprake, de projecten en activiteiten hebben
allemaal een eigen identiteit en soms is er sprake van overlap.
Daarbij hoort ook het helder naar buiten toe communiceren over die
ene noemer en de plek die alle onderdelen daar binnen hebben. Zijn
de communicatie-instrumenten toegesneden op de huidige doelstellingen?
3. Ruimtes tussen de grote sprongen kunnen ingevuld gaan worden.
Het vertalen van de revitalisering op projectbasis naar een structurele
vernieuwing betekent vorm geven aan 'kleine kwaliteit'. Taken die
nodig zijn om zo'n organisatie te laten lopen (van constante inhoudelijke
en zakelijke input tot verfijning van administratie en faciliteren
van communicatie en pr) kunnen in de vaste bezetting een plek krijgen.
De (landelijke) ambities en het netwerk van de Vrije Academie kunnen
tot uitdrukking worden gebracht in stichtingsbestuur en adviesraad.
4. Den Haag heeft belang bij de Vrije Academie. Het debatcentrum
dat de Vrije Academie wil zijn is er nog niet in Den Haag en er
is (getuige eerdere pogingen) behoefte aan. Actuele ontwikkelingen
laten zien dat Den Haag - net als elders - de creatieve economie
wil bevorderen, een stad wil zijn die aantrekkelijk is voor creatieve
mensen. Speciale aandacht voor vormgeving als creatieve sector hoort
daarbij, en ook de wens om de afgestudeerde studenten van de KABK
een klimaat te bieden waarin ze willen en kunnen blijven. Kan de
Vrije Academie hier een grotere rol in spelen?
Gesprekspartners
Maurits van der Laar (Galerie Maurits van der Laar )
Arno van Roosmalen (Stroom Den Haag)
Abe van der Werf (KABK / voormalig bestuurslid Vrije Academie)
Paul Broekhoff (Gemeente, OCW, directeur Kunsten)
Felix Villanueva (Vrije Academie)
Thomas Ankum (kunstenaar / begeleider Vrije Academie)
Theo Tegelaers (SKOR, curator en inwoner Den Haag)
Josee Meeuwenoord (adviseur)
Pietertje van Splunter (Quartair)
Bronnen
Jaarrekening 2004 (Bouwer & Officier Accountants)
Jaarrekening 2005 (Bouwer & Officier Accountants)
Jaarrekening 2006 (Bouwer & Officier Accountants)
Meerjarenbeleidsplan Vrije Academie 2005-2008
Advies Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2005-2008 (2004)
Conceptplan d.d. 15 maart 2005
Projectplan 'Revitalisering Vrije Academie 2005'
Verslag Stofwolken/Meester-Gezelmodel 2005/2006
De Nieuw Academie (DNA) in Den Haag (2006)
Aanvraag onderzoeksplatform PAIK bij Fonds 1818 (5 februari 2007)
Programma platformbijeenkomsten PAIK
Aanvraag geldstroom BKV 2005-2008 gemeente Den haag (Gemeente Den
Haag, OCW)
Adviesaanvraag meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2009-2012 (Gemeente
Den Haag, OCW)
Brochure Gemak, Gemeentemuseum 2007
Publicaties Vrije Academie
Focus on China
Programma voorjaar 2007
Programma najaar 2007
Programma voorjaar 2006
Studium Generale november 2006
Studium Generale maart april 2007
Studium Generale maart april 2005
Studium Generale oktober december 2005