Postacademische werkplaats DNA
De nieuwe academie
Sinds september 2007 herbergt de Vrije Academie Den Haag onder de naam DNA (De Nieuwe Academie) een postacademische afdeling gericht op de professionele werkpraktijk van de kunstenaar. De academie biedt getalenteerde startende kunstenaars, met of zonder kunstopleiding, de mogelijkheid zich gedurende maximaal twee jaar vaktechnisch en inhoudelijk te ontwikkelen, en zich te oriënteren op de verschillende facetten van de professionele kunstwereld.
Zij krijgen een eigen atelier en worden begeleid door gerenommeerde kunstenaars, curatoren en kunsttheoretici. Deze professionals uit het kunstenveld leggen individueel atelierbezoeken af en organiseren lezingen, presentaties en excursies. Naast het stimuleren van artistieke zelfwerkzaamheid, ligt de nadruk bij DNA op kritische begeleiding en het vertrouwd maken met personen en instellingen binnen de kunstwereld. De kunstenaars op de DNA-ateliers kunnen gebruik maken van goed uitgeruste werkplaatsen voor algemeen gebruik. Onder meer voor grafiek (etsen, lithografie, zeefdruk, digitale prints), keramiek, hout- en metaalbewerking. Er is goede expertise aanwezig op het gebied van de nieuwe media. Alle werkplaatsen worden beheerd door technische assistenten. Tevens beschikt de Vrije Academie over een goed geassorteerde bibliotheek.
In haar aannemingsbeleid hanteert DNA geen strikte leeftijdsgrens. Een voltooide kunstopleiding is niet vereist, evenmin ervaring in de beroepspraktijk. Bij de ballotage wordt, naast de beeldende kwaliteit, gelet op attitude, mentaliteit en betrokkenheid. Voor meer informatie betreffende ballotage en inschrijving contact opnemen met het secretariaat T 070-3638968
Coördinator DNA: Felix Villanueva.
Kosten € 3.100,00 per jaar
DNA (De Nieuwe Academie - The New Academy)
From September 2007 the Vrije Academie has been host to DNA, a post-academic department geared towards the artist's professional practice. During a two-year working period the academy wants to give highly talented, starting artists the opportunity to deepen and develop their artistic work and to introduce them to all aspects of the professional art world. DNA participants get their own studios to work in (during Vrije Academie opening hours) and receive tuition from renowned artists, curators and art critics. These professionals pay weekly visits to the individual studios and organize lectures, presentations and excursions. DNA's main goals are to stimulate critical introspection and artistic independence. Therefore the emphasis lies on critical counseling and introducing the participants to art institutions and their representatives.
Becoming a DNA participant is possible only after the positive outcome of an interview during which the artistic quality of their work, their professional attitude, mentality and involvement are assessed. Most DNA participants already have a degree in the arts. However, this is not a strict requirement. Please contact the Vrije Academie office for more information concerning assessment and enrollment.
DNA coordinator: Felix Villanueva
One-year fee: € 3.100,00
BEGELEIDERS DNA / DNA Tutors
september 2009 t/m juni 2010
STEF VAN BELLINGEN (1963) studeerde klassieke archeologie en kunstgeschiedenis. Als zelfstandig curator was en is hij verantwoordelijk voor de samenstelling en organisatie van diverse tentoonstellingen en kunstprojecten. Daarnaast publiceert hij regelmatig en geeft hij lezingen over kunst. Sinds 2006 is hij artistiek leider van Stichting WARP (Waasland Art Projects) in het Belgische Sint Niklaas. Een stichting die zich toelegt op het organiseren van tentoonstellingen, debatten, lezingen en workshops. Op dit moment bereidt Stef van Bellingen samen met Jan Hoet voor de stad St. Niklaas de kunstmanifestatie Coup de Ville (september, 2010) voor, een variant op de internationale kunstmanifestatie Chambres d'Amis die Jan Hoet in 1986 in Gent heeft georganiseerd.
GUY VAN BOSSCHE (1952) woont en werkt in Antwerpen. Naast onder anderen Bert de Beul, Michaël Borremans, Koen van den Broek en Luc Tuymans kan Guy Van Bossche worden gerekend tot die hedendaagse Vlaamse kunstenaars, in wier schilderkunstige oeuvres gereageerd wordt op het fotografische beeld. Ook Van Bossche maakt in zijn schilderijen en tekeningen gebruik van fotografische beelden. Van Bossche isoleert fragmenten uit deze beelden en transformeert die tot een nieuwe schilderkunstige werkelijkheid. Met deze fragmentarische werkwijze weet Van Bossche in zijn geschilderde en getekende voorstellingen een vervreemdende, ‘unheimliche’ atmosfeer op te roepen.
LOEK GROOTJANS (1955) studeerde aan de Academie St. Joost in Breda. Zijn werk neemt de steeds wisselende vorm aan van installaties, performances, muurschilderingen, tekeningen, teksten en publicaties. Deze werken worden voorgesteld als 'Departementen' van een stichting: 'Foundation for the benefit of the aspiration and the understanding of context (formerly known as the institute for immediate knowledge, real perception and logic features according to the most contemporary monochrome paintings)'. Grootjans is op zoek naar intensief contact met het publiek, en wil de discussie over kunst in het algemeen en zijn werk in het bijzonder op gang brengen. Hij had solotentoonstellingen in Museum De Pont in Tilburg, Museum Bommel Van Dam in Venlo en het IKOB/Museum für Zeitgenössische Kunst in Eupen (B). In 2010 zal het S.M.A.K. (Stedelijk Museum voor Actuele Kunst) in Gent een tentoonstelling aan zijn werk wijden.
SERVIE JANSSEN (1949) studeerde aan de Stadsacademie en de Jan van Eyck Academie in Maastricht en aan de Academia Stzùk Pieknych in Krakow in Polen. Hij behoort tot de generatie in Nederland werkende performance-kunstenaars die in de late jaren zeventig internationale bekendheid genoten, zoals Marina Abramovic, Gerrit Dekker en Ben d'Armagnac. Tegenwoordig maakt hij objecten, tekeningen, schilderijen, installaties en schrijft hij poëzie. Sinds 1975 brengt hij in eigen beheer kunstenaarsboeken uit, zoals Dimensies van Stilte en Mythe, Het Massief, Hz. en de The Versus Image. Hij was gastdocent aan de Academie St. Joost in Breda, de Academie voor Beeldende Kunsten Arnhem, het Frank Mohr Institute in Groningen, de Gerrit Rietveld Academie en de Rijksakademie in Amsterdam. Werken van hem zijn opgenomen in verschillende particuliere en museale collecties. Zoals die van het Bonnefantenmuseum in Maastricht, Museum Het Valkhof in Nijmegen, Museum Kunstpalast in Düsseldorf (D) en het Nederlands Instituut voor Mediakunst.
ELS OPSOMER (1968) woont en werkt in Brussel. Zij was van 1996 tot 1999 artist-in-residence aan de Rijksakademie Amsterdam. Els Opsomer stelt zich in haar werk vragen over het gebrek aan aandacht voor het effect van grootstedelijke beslissingen op het kleinmenselijk niveau. Centraal in haar werk staat de isolatie en de spanning tussen vervreemding en herkenning in de grootstad. Ze reist de wereld rond om stedelijke landschappen te 'archiveren' in foto's en video's. In 2006 trok ze naar New York, Brazilië en China, waar ze stadsfragmenten vastlegde die we normaal niet meer opmerken. Zij had tentoonstellingen in onder meer Den Haag (GEMAK), Rotterdam (Witte de With), Karlsruhe, Brussel, Ramallah, Parijs, São Paulo en Graz. Haar werk was te zien op internationale biënnales, zoals die van Istanbul (2007), Brussel en Kwangju, Zuid-Korea (2008). Els Opsomer was onder meer werkzaam als docent aan de academie La Cambre, Ecole Nationale Supérieure des Arts Visuels in Brussel.
CATERINA PECCHIOLI (1978) woont en werkt afwisselend in Amsterdam en Florence. Zij volgde een opleiding aan het Liceo Artistico in Florence en behaalde een graad aan de faculteit DAMS (Drama, Art & Music Studies) van de Universiteit van Bologna waar zij in 2005 afstudeerde op de tekeningen van Antonin Artaud. Haar afstudeerscriptie werd bekroond met de Premio DAMS. In 2007 werkte zij als artist-in-residence op het Piet Zwart Instituut in Rotterdam. Aansluitend volgde ze een opleiding aan de afdeling Beeldende Kunst van de Rietveld Academie in Amsterdam waar zij in 2009 afstudeerde. In haar fotowerken, installaties en performances richt Caterina Pecchioli zich onder meer op de betekenis van het lichaam als drager van identiteit.
PHILIP PETERS (1948) studeerde kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden. Van 1978 tot 1996 was hij artistiek leider van het Haags Centrum voor Aktuele Kunst HCAK, waar hij verantwoordelijk was voor groot aantal spraakmakende tentoonstellingen en kunstprojecten. In de jaren tachtig schreef hij kunstkritieken voor NRC Handelsblad en weekblad De Tijd. Van 1989 tot 1997 bekleedde hij het hoofdredacteurschap van Museumjournaal, tijdschrift voor eigentijdse kunst. Als zelfstandig auteur heeft hij talrijke publicaties op zijn naam staan in boeken, tijdschriften, tentoonstellingscatalogi en andersoortige uitgaven in binnen- en buitenland. Naast zijn werkzaamheden als publicist heeft Philip Peters ook (gast)docentschappen vervuld aan onder meer de Vrije Academie en de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, en maakte hij deel uit van verscheidene kunstcommissies.
ROB SMOLDERS (1958) studeerde enkele jaren kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Tijdens zijn studietijd richtte hij in 1979 met Arjen Kok en Alex de Vries het kunsttijdschrift Metropolis M op. Tot 1992 was Smolders hoofdredacteur van dit blad, en schreef hij kunstrecensies voor NRC Handelsblad. Van 1992 tot 2003 was hij werkzaam als directeur van Museum De Wieger in Deurne. In 2003 verscheen zijn boek Want alles is oud - Hendrik Wiegersma en de kunst. Onder zijn redactie verscheen in 2005 het boek Spreek Je Eigen Taal - Bisschop Muskens in gesprek met kunstenaars. Tegenwoordig is Smolders werkzaam als freelance publicist en tentoonstellingsmaker. Hij is tevens bestuurslid van de Stichting Wim Izaks en jurylid van de daaraan verbonden schilderprijs. Onder auspiciën van deze stichting organiseert Smolders sinds 2007 tentoonstellingen in de vorrmalige Tricot fabriek in Winterswijk.
MARTIJN VERHOEVEN (1968) studeerde kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden en volgde aansluitend een jaar het International Curatorial Training Programme van De Appel in Amsterdam. Als tentoonstellingsmaker en projectbegeleider werkte hij onder meer voor het Gemeentemuseum Den Haag, SKOR en het CBK Dordrecht. Verhoeven is coördinator van de afdeling Beeldende Kunst aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten Den Haag. Hij is lid van de Commissie Beeldende Kunst, Architectuur en Vormgeving van de Raad voor Cultuur in Rotterdam en is bestuursvoorzitter van kunstenaarsinitiatief 1646 in Den Haag. In 2005 voerde hij (i.s.m. Frits Gierstberg, Maartje van den Heuvel en Hans Scholten) de redactie van de publicatie Documentaire Strategieën/Documentary Strategies (NAI Uitgevers).
FELIX VILLANUEVA (1951) was aanvankelijk werkzaam als beeldend kunstenaar, maar legde zich vanaf begin jaren tachtig steeds meer toe op het organiseren van tentoonstellingen en het schrijven over beeldende kunst en architectuur. In opdracht van overheden, musea, kunststichtingen en bedrijven, en ook op eigen initiatief, bracht hij een groot aantal exposities, projecten en publicaties tot stand. Van 1992 tot 1999 was hij directeur van het Centrum Beeldende Kunst van de provincie Utrecht. Van 2002 tot 2009 was hij hoofdadviseur Kunstopdrachten/Culturele Planologie van de provincie Groningen. Vanaf 2005 is hij als staflid verbonden aan de Vrije Academie Den Haag waar hij zich bezighoudt met het algemene beleid, het coördineren van DNA, het Studium Generale en het organiseren van tentoonstellingen. Daarnaast is hij werkzaam als freelance tentoonstellingsmaker, publicist en kunstadviseur.
ALEX DE VRIES (1957) was medeoprichter van Metropolis M, tijdschrift over hedendaagse kunst, waarvan hij vijf jaar redacteur was. Van 1984 tot 1989 werkte hij bij het Shaffy Theater in Amsterdam om over te stappen naar ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten Arnhem, waar hij hoofd was van de afdeling Communicatie. In 1997 werd hij aangesteld als directeur van de Academie voor Kunst en Vormgeving 's-Hertogenbosch. Sinds september 2001 werkt hij als auteur en adviseur samen met grafisch ontwerper Jan Willem den Hartog in het communicatiebureau Stern/Den Hartog & De Vries. Een onderdeel van dit bureau is Uitgeverij De Zwaluw. Alex de Vries schrijft met name over kunstenaars, kunstbeleid en theater. Hij is ook actief als tentoonstellingsmaker. Regelmatig voert hij openbare gesprekken met kunstenaars in Museum De Pont in Tilburg. Sinds 2006 is hij lid van de commissie beeldende kunst en vormgeving van de Raad voor Cultuur.
FRED WAGEMANS (1954) studeerde kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij was werkzaam als conservator van het Bonnefantenmuseum te Maastricht en als directeur van Museum Fodor in Amsterdam. Sinds 1993 runt hij onder naam ‘Kunstruimte Wagemans’ een eigen galerie in het Friese Beetsterzwaag. Daarnaast is hij werkzaam als free lance tentoonstellingsmaker, publicist en kunstadviseur. In 2001 organiseerde hij in samenwerking met Charlottenborg Exhibition Hall Kopenhagen de tentoonstelling From the Low Countries – Reality and Art 1960-2001. Deze omvangrijke tentoonstelling die een overzicht bood van Nederlandse kunst uit voornoemde periode werd onder de titel De Grote Hoop in 2002 geprolongeerd in het Fries Museum Leeuwarden en het Stedelijk Museum Schiedam. De tentoonstelling omvatte werk van o.a. Bas Jan Ader, Philip Akkerman, Atelier Van Lieshout, René Daniëls, Jan Dibbets, Rineke Dijkstra, Marlene Dumas, Job Koelewijn, Ronald Ophuis en Marijke van Warmerdam.