WERKSCHOUWEN ALGEMENE
BEGELEIDERS
Zes maal per jaar wordt de mogelijkheid geboden mee te doen aan
een open algemene werkbeschouwing. Het is de bedoeling dat deelnemers
werk klaar zetten en in het openbaar met elkaar en één
of meerdere begeleiders over hun werk van gedachten wisselen.
Aan het eind van het jaar is er een grote werkbeschouwing waar minimaal
vier begeleiders aan mee doen. Zo ontstaat een beeld bij wat collega's
doen en krijg je inzicht in de beeldvorming, standpunten en uitwisseling
van de begeleiders. De vier momenten zijn ijkpunten voor je ontwikkeling.
donderdag 25 september
maandag 3 november
donderdag 18 december
Elsa Hartjesveld (1965)
Volgde van 1987 tot 1992 haar opleiding aan de Koninklijke Academie
van Beeldende Kunsten te Den Haag. Zij ontving in 1994 de Koninklijke
Subsidie voor Vrije Schilderkunst en de Buning Brongers Prijs. Aan
haar schilderijen en ruimtelijk werk liggen persoonlijke ervaringen
en herinneringen ten grondslag. Regelmatig terugkerende thema's
zijn verlatenheid, kwetsbaarheid en verlies. Vanaf 2004 concentreert
zij zich op het portret. Het eerste portret uit een nog immer aangroeiende
reeks is een schilderij van haar moeder ten voeten uit, dat zich
inmiddels in de collectie van ING Bank bevindt.
Mark van Overeem (1970)
Mark van Overeem schept wonderbaarlijke visuele illusies. Zijn werk
lijkt abstract, maar is dat werkelijk zo? Zien we een schilderij
of een object dat ruimte inneemt? Waarom lijkt ieder werk meer monumentaal
dan zijn bescheiden afmeting doet suggereren? Van Overeem doorliep
tussen 1991 en 1995 de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten
in Den Haag. Eind 1995 kreeg hij de Zuid-Hollandse Beeldende Kunstprijs
voor Academieverlaters toegekend. Hij exposeerde in Seasons Galleries
te Den Haag en Galerie Wit te Wageningen. Zijn werk is gepresenteerd
op de KunstRai (2001) (2008), Art Rotterdam (2002) en Liste Köln
(2007). (www.markvanovereem.nl)
Mark de Weijer (1963)
Werkte van 1986 tot 1988 op de Vrije Academie en volgde aansluitend
tot 1993 een opleiding aan de Koninklijke Academie van Beeldende
Kunsten in Den Haag. In het werk van De Weijer wordt het schilderij
zowel autonoom als heteronoom toegepast. Formele aspecten als schriftuur,
kleur en compositie worden op wisselende voorwaarden gehanteerd
in twee- en driedimensionaal werk. Kleur en oppervlak genereren
een zintuiglijke ervaring die wordt onderzocht op het niveau van
het enkele autonome object, het gebruiksvoorwerp of het ontwerp
binnen een architectonische context. Altijd blijft het schilderij
als zodanig herkenbaar. In het werk wordt het grensgebied onderzocht
tussen beeldende kunst, design en architectuur. Hierbij worden de
verschillende randvoorwaarden bewust gebruikt in de ontwikkeling
van nieuwe werken. Uitgangspunt is het schilderij als een hybride
vorm dat vervolgens wordt geassembleerd tot een eindproduct.