studium generale
tentoonstelling
UNDER
CONTROL
Donderdag 22 maart tot
en met vrijdag 20 april 2007
Willem van Genk

Centraal
Station Amsterdam, 1950/1966
gemengde techniek op papier, 130 x 106 cm
Stichting Collectie De Stadshof
Langdurig bruikleen Museum Dr. Guislain,
Gent
Donderdag 5 april 2007
14.00 uur
Boven het Gewoel, lezing over het leven en werk van de Haagse kunstenaar
Willem van Genk door de kunsthistoricus Ans van Berkum
Vertoning van de documentaire
Ver van huis. Portret van de kunstenaar Willem van Genk (49 min.) van
Jan Keja en Dick Walda
Ans van Berkum, kunsthistoricus en voorzitter van de Stichting
Willem van Genk, gaat in op het leven en werk van Willem van Genk, en
problematiseert in haar lezing het begrip Art Brut, de naam die de Franse
kunstenaar Jean Dubuffet (1901-1985) in 1949 in zijn artikel "l'
Art brut préfèré aux arts culturels" had gegeven
aan de beeldende uitingen van onder meer geesteszieken, kinderen en
andere artistiek niet-professionelen. In 1998 verscheen van haar hand
de monografie Willem van Genk: a marked man and his world/een getekende
wereld.

Willem van Genk, Urbanisme et architecture,
1960/1970
gemengde techniek op papier, 75,5 x 172 cm
Stichting Collectie De Stadshof
Langdurig bruikleen Museum Dr. Guislain, Gent
Koning der Stations
(In memoriam Willem van Genk, door Sandra Smallenburg, NRC Handelsblad,
17 mei 2005)
Outsiderkunst werd zijn werk genoemd, of Art Brut. Willem van Genk was
schizofreen, paranoïde en autistisch, en mocht zich daarom niet
gewoon kunstenaar noemen. Afgelopen donderdag overleed Van Genk aan
de complicaties van een longontsteking. Hij werd 78 jaar.
Zelf noemde Van Genk zich 'Koning der stations'. Hij was gefascineerd
door treinen. Vaak tekende hij extreem gedetailleerde stationshallen,
vol dampende locomotieven en wachtende passagiers. Zijn inspiratie deed
hij op tijdens reizen, bij voorkeur naar zijn geliefde Rusland. Maar
ook Arnhem was, vanwege de trolleybussen, een favoriete bestemming.
Toen Van Genk in 1998 werd opgenomen in een verpleeghuis, bleek dat
hij onder het raam in zijn woonkamer het complete busstation van Arnhem
had gereconstrueerd. Ook werden duizenden kunstboeken, schoenendozen
vol shampooflessen en honderden lange regenjassen aangetroffen. Van
Genk was door de kledingstukken geobsedeerd geraakt nadat hij in de
oorlog als zeventienjarige jongen door de Gestapo was ondervraagd over
zijn vader, die in het verzet zat.
Na een reeks mislukte baantjes als reclametekenaar, electrotechnicus,
typist en broodverkoper, schreef Van Genk zich in bij de Koninklijke
Academie in Den Haag. De toenmalige directeur, beeldhouwer Joop Beljon,
gaf de docenten de instructie om Van Genk zoveel mogelijk met rust te
laten. En zorgde dat Van Genk zijn eerste tentoonstelling kreeg. Nadat
de tv in 1961 een portret van hem uitzond trok de kunstenaar zich geschrokken
terug uit het maatschappelijke leven. Zijn schilderijen en collages
bewaarde hij thuis, onder zijn bed of in de badcel. Alleen bij hoge
uitzondering wilde hij zijn werken verkopen, en dan uitsluitend aan
musea.
Als kind al was Van Genk zeer gesloten. Hij leerde slecht en waste zich
zelden. Zijn moeder overleed toen hij vijf was, en na een langdurig
verblijf in een internaat voor moeilijk opvoedbare jongens, werd hij
door zijn inmiddels hertrouwde vader uit huis gezet wegens vervuiling.
Elke avond wandelde hij naar het huis van een van zijn zussen, waar
hij in alle rust kon tekenen.
In de loop der jaren zijn Van Genks schilderijen steeds complexer geworden,
een tendens die in verband kan worden gebracht met de ontwikkeling van
zijn schizofrenie. Van Genk creëerde een eigen wereld, die een
afweer moest vormen tegen complotten van onzichtbare machten. Zijn schilderijen,
die de kunstenaar zelf consequent `plakkaten' noemde, tonen ingewikkelde
labyrinten vol met mensen en vervoersmiddelen. Naast treinen en trams
schilderde hij ook vliegtuigen en zeppelins, en drukke straten vol auto's
en passanten. Alle lege gaten en hoeken werden door de kunstenaar opgevuld
met teksten uit reisbrochures of geschiedenisboeken.
Verschillende keren werd Van Genk, die in zijn leven geplaagd werd door
stemmen, opgenomen in een psychiatrische inrichting. Met werken moest
hij stoppen in 1996, toen hij getroffen werd door enkele herseninfarcten.
In de laatste jaren van zijn leven groeide de waardering voor zijn werk.
In 1997 won hij op een tentoonstelling voor outsiderkunst in Bratislava
de Grand Prix. Zijn werk kreeg een plaats in het museum voor outsiderkunst
in Zwolle en werd uiteindelijk ook getoond in de gevestigde musea, waaronder
het Stedelijk Museum in Amsterdam en Musée d'Art Moderne in Parijs.
Philip Akkerman
Robbie Cornelissen
Marcel van Eeden
Willem van Genk
Mariette Linders
Marc Nagtzaam
Hans Scholze